Ziekenhuishervorming mist een kernvraag: wie staat er aan het bed? (Stan Politis)

De geplande ziekenhuishervorming zet vol in op concentratie van zorg als motor voor kwaliteit. Dat uitgangspunt wordt breed gedeeld door beleidsmakers, ziekenhuizen en zorgverleners. Maar de keerzijde van die schaalvergroting blijft opvallend onderbelicht. Net daar ligt nochtans de vraag die er echt toe doet: wie garandeert de continuïteit van zorg, dag en nacht?

De hervorming vertrekt vanuit een logisch principe: meer volume leidt tot meer expertise en betere uitkomsten. Dat wordt gesuggereerd door tal van rapporten over concentratie van oncologische zorg, zeldzame aandoeningen en complexe ingrepen.

Maar zoals in elke medische praktijk is er ook hier een keerzijde. In de kliniek is het ondenkbaar om een behandeling te beschrijven zonder complicaties. In het beleid ontbreekt dat hoofdstuk bijna volledig. Die blinde vlek is problematisch.

Wie bewaakt de continuïteit?

De realiteit in ziekenhuizen is de voorbije decennia ingrijpend veranderd. Waar artsen vroeger vaak dicht bij het ziekenhuis woonden en breed inzetbaar waren, is dat vandaag anders. Superspecialisatie is de norm, en artsen wonen niet noodzakelijk in de buurt. Wachtdiensten blijven bestaan, maar fysieke aanwezigheid buiten de kantooruren is minder vanzelfsprekend geworden.

Dat heeft meerdere oorzaken. Patiënten die ’s nachts in het ziekenhuis verblijven, zijn gemiddeld ouder en complexer. Tegelijk zijn artsen vaak gespecialiseerd in een zeer afgebakend domein. Wie zich toelegt op abdominale chirurgie, zal minder snel cardiochirurgische problemen behandelen. Een expert in gynaecologische echografie is niet automatisch de juiste persoon bij een acute postpartum bloeding. De breed inzetbare generalist verdwijnt.

Daarnaast verschuift een groeiend deel van het werk naar de achtergrond. Veel ziekenhuisartsen werken thuis verder: dossiers voorbereiden, verslagen schrijven, overleg voeren. Dat telt zelden mee als werktijd, maar verhoogt wel de werkdruk. Het gevolg is dat fysieke aanwezigheid buiten de uren vaker plaatsmaakt voor telefonisch advies.

Ook de organisatie van ziekenhuizen speelt een rol. Fusies en netwerken leiden tot spreiding over meerdere campussen. Artsen bouwen hun expertise op één locatie uit. Verwachten dat zij op een andere campus plots een volledig spectrum aan pathologie beheersen, is weinig realistisch. Tegelijk leggen erkenningen, zoals die voor traumacentra, zware permanentieverplichtingen op die moeilijk te rijmen zijn met die versnippering.

Topzorg, maar wie doet de rest?

De doorgedreven subspecialisatie heeft de kwaliteit binnen niches verhoogd, maar botst op haar grenzen. Artsen zijn minder inzetbaar buiten hun domein, terwijl patiënten net complexer worden. Problemen op zaal laten zich zelden netjes binnen één discipline plaatsen.

Tegelijk zijn aparte wachtdiensten per subspecialisme voor de meeste ziekenhuizen onhaalbaar. Vaak wordt de eerste lijn in de wachtdienst ingevuld door artsen in opleiding. Zij dragen een grote verantwoordelijkheid, maar beschikken niet altijd over de ervaring om complexe situaties zelfstandig te beoordelen.

De vraag dringt zich op wie in de toekomst nog de brede kennis van algemene heelkunde of interne geneeskunde zal opnemen. Net die profielen zijn cruciaal zijn voor patiënten die niet in één vakje passen.

Grote structuren, beperkte haalbaarheid

Netwerken en fusies creëren grotere ziekenhuisstructuren, vaak gespreid over meerdere campussen. Dat initiatief komt niet altijd vanuit de werkvloer.

Artsen bouwen hun expertise op binnen één omgeving. Verwachten dat ze die zonder meer toepassen op andere campussen, zeker bij invasieve handelingen, is weinig realistisch. Tegelijk leggen erkenningen zoals traumacentra zware permanentieverplichtingen op die moeilijk te rijmen zijn met die versnippering.

Regels rond arbeidstijd en rust zijn noodzakelijk, maar beperken de inzetbaarheid. De tijd van “altijd komen” is voorbij. Dat is geen kwestie van mentaliteit, maar van hoe het systeem georganiseerd is. Ook de verpleegkundige bezetting wordt onderschat. Wachtdiensten draaien op samenwerking en vertrouwen. Tekorten bij verpleegkundigen zijn even bepalend als tekorten aan artsen.

Daarbovenop kampen sommige disciplines met een structureel probleem. Ze zijn moeilijk leefbaar zonder een extramurale praktijk. In onder meer de kindergeneeskunde is die druk al langer zichtbaar. Concentratie van zorg zal dat niet oplossen zonder betere arbeidsvoorwaarden en financiering.

Samenwerken of vastlopen

Voorstellen zoals verplichte permanentie voor tal van specialismen lijken logisch. Maar verplichting zonder aantrekkelijkheid werkt niet. Ziekenhuizen moeten werkplekken blijven waar artsen willen werken, met ruimte voor autonomie. Een louter hiërarchische aanpak dreigt artsen net weg te duwen.

Permanentie is bovendien meer dan “iemand van wacht”. De vraag is of de juiste expertise tijdig aan het bed staat. Eén arts kan onmogelijk alle acute situaties beheersen. Aanwezigheid zonder de juiste competentie is geen oplossing.

In sommige domeinen, zoals interventionele radiologie of cardiologie, werkt het wel: gespecialiseerde teams, duidelijke protocollen en permanente beschikbaarheid van expertise. De uitdaging is om die logica breder toe te passen.

De ziekenhuismuren zijn te klein

Samenwerking stopt vandaag te vaak aan de ziekenhuisgrenzen. Voor sterk gespecialiseerde zorg is dat moeilijk verdedigbaar. Expertise zit verspreid en moet ook zo ingezet worden. Het vasthouden aan het ziekenhuis als gesloten systeem dreigt capaciteit te blokkeren in plaats van ze te benutten.

Wat absoluut vermeden moet worden, is dat intensieve zorgen en spoeddiensten structureel de gaten opvangen van falende wachtdiensten. Dat is geen duurzame oplossing.

De toekomst van ziekenhuiswachtdiensten roept fundamentele vragen op. Wie zal nog de brede kennis hebben van algemene heelkunde of interne geneeskunde? En hoe organiseer je zorg voor patiënten die niet binnen één subdiscipline passen? Zonder afstemming met die realiteit dreigen hervormingen meer problemen te creëren dan op te lossen. Sancties of extra controle bieden daarop geen antwoord.

De kernvraag

De kernvraag blijft: hoe garanderen we dat patiënten op elk moment toegang hebben tot de juiste medische expertise aan het bed? Zolang die vraag niet centraal staat, mist de hervorming haar doel.

Wat nodig is, is een geïntegreerde aanpak: betere omkadering van wachtdiensten, correcte verloning, samenwerking over ziekenhuizen heen, helder zicht op beschikbare expertise en blijvende training in basiscompetenties.

Misschien is het tijd om dit niet langer fragmentarisch aan te pakken, maar via een brede werkgroep met alle betrokkenen. Alleen met een realistische blik op de praktijk kan een werkbaar model ontstaan. Voor artsen, maar vooral voor patiënten.

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Willy Renier

    01 mei 2026

    Het gevaar bestaat dat in de realiteit in de grotere (opleidings)ziekenhuizen de patiëntenzorg gebeurd door de assistenten in opleiding en verpleegkundigen zonder voldoende supervisie, want de eigen praktijk moet ook doorgaan.

  • Stefaan COLPAERT

    30 april 2026

    Het wordt tijd dat Stan Politis mijn boek over verkwisting in de gezondheidszorg leest.
    Daarin pleit ik voor een europeanisering van de gezondheidszorg, weg van het Amerikaans model. Dat willen blijven mimeren maakt ons kwetsbaar vermits we niet leven binnen een Amerikaanse economie (en de staatsschuld van Amerika wereldbedreigend blijft).
    Vanuit mijn ervaring bij Fedasil waar ik als internist en behandelende arts ervoer dat ik de opnames in de ziekenhuizen van azielzoekers kon inkorten mits telefoon aan hoofdverpleegkundige om 8 uur s'morgens kon regelen en waarbij dat telkens gevolgd werd (hoewel de betrokken ziekenhuizen wellicht getelefoneerd hebben dat dit niet zo verder kon), stel ik in mijn boek voor een ander type huisarts (supervisor) = zorgcoordinator voor.
    Je kunt geen huisarts worden voor je 50 ste en dit mits een heel zwaar examen over onze 6000 ziektes, en dit te behoud van de holistische visie zoals de bevolking dat wil en de aptitude tot differentieel diagnostiek.
    Wie slaagt kan zich zolang als gewild bezighouden met ziekenhuisopnames en studies rond nut van echografische screening op aorta aneurisma en echo toegankelijke organen.
    Wie niet slaagt of niet wil deelnemen kan blijven verderwerken in ziekenhuizen maar aan verminderd loon (wat de ziekenhuizen zal ontlasten) terwijl gradueel technische actes worden overgenomen door daartoe specifiek getraind (verpleegkundig personeel) en het differentieel diagnostisch werk en het opvolgen van de directieven van de huisarts supervisor taken van artsen blijven.
    Geschat wordt dat door dit model toe te passen er om en bij de 20 tot 30 % van een budget van 23 miljard Euro kan bespaard worden. Loont de moeite om eraan te werken.
    Het voordeel van dergelijk model is dat de kleinere ziekenhuizen alsdusdanig zullen kunnen blijven werken en dat onze universitaire ziekenhuizen afslanken naar universitaire transplantatie taken, terwijl educatieve taken zo ook door de kleinere ziekenhuizen kunnen overgenomen worden en voldaan wordt aan de bevolking naar hun vraag tot nabije zorg.
    Ik zou mijn boek ook kunnen voorstellen

  • Peter Van Wellen

    30 april 2026

    Dank voor deze visie met doorzicht en ervaring uit de dagelijkse praktijk.
    We creëren en onderhouden problemen aan het bed van de patient .
    Wat wensen we zelf als arts …als we patient worden ?

    Een arts aan ons bed die erom geeft , en ons hand vasthoud.
    Geen teleconsult.
    Dank

  • Eric WYFFELS

    30 april 2026

    Zeer pertinente vragen. Recht uit de praktijk. De gekende “expertennota “ is misschien interessante lectuur als leiddraad voor een nieuwe programmatie., maar bovenstaande bedenkingen kwamen niet aan bod.
    Werk aan de winkel. Nu.