"Politiek kijkt te vaak naar gezondheidszorg als kostenfactor" (Ivan Van de Cloot, Itinera)

"Politiek fixeert op jobs, jobs, jobs. Dat begrijpen politici. Omzet die gecreëerd wordt door de gezondheidssector, toch 1 miljard: dat is al moeilijker om te communiceren. Meer inzicht in de economische problemen krijgen we met de wet van Baumol. Technologie kan nieuwe groei creëren door meer efficiëntie."

Een aantal mythes zoals die van het vergrijzingsdiscours blijven hardnekkig circuleren: vergrijzing kan evengoed kosten reduceren, maar het vooroordeel blijft dat ze geld verslindt. Het is niet omdat het aantal 65-, 80- en 100-plussers fel zal toenemen, dat de kosten in dezefde mate zullen stijgen. We moeten er gewoon voor zorgen dat de levenskwaliteit mee opschuift in leeftijd. Dan kan de vergrijzing zelfskosten reduceren in plaats van te verhogen. Er is immers nog zoiets als economische groei.

Knelpunt zijn niet de uitgaven, wel de inkomsten. Van 1 op vier gepensioneerden-werkenden zitten we nu op 1 op twee en gaan we naar 1 op 1, dat is bekend. Maar ons drama is dat de financiering enkel op dat tewerkstellingsmodel rust. Een 15 jaar oude studie van mij, met als titel ‘kostendrijvers in de gezondheidszorg’, klopt nog steeds. Waar liggen drijvende factoren gezondheidszorg? 

Wet van Baumol

Veel fundamenteler in de gezondheidszorg dan enkel die vergrijzing zijn epidemiologie, technologie en prijsontwikkeling. Dan komen we bij de Wet van Baumol. Die wet zegt dat bij de beroepen die zich slecht lenen voor een hogere efficiëntie onder meer de leerkrachten zijn, maar ook uitvoerende kunstenaars en gezondheidswerkers. Zo heeft een orkest vandaag net zoveel musici nodig als 100 jaar geleden om een compositie uit te voeren, en duurt een uitvoering nog net zo lang. Zo kan de loonontwikkeling niet mee en zal het op den duur moeilijk worden om hiervoor bekwaam personeel te werven en vast te houden.

Huisarts kostendrijver

Wat de gezondheidszorg betreft: neem bijvoorbeeld een huisarts. Die heeft nog ongeveer  evenveel tijd nodig voor een consult als 30 jaar geleden. Die werkduur is niet exponentieel verminderd terwijl er in andere sectoren net een exponentiële productiviteitsstijging plaatsvond. De huisarts is daarom een belangrijke drijver achter de kosten in gezondheidszorg. Economisch betekent dat dat je een relatief grotere kost hebt per geproduceerde eenheid als je de lonen hier mee het tempo wil laten volgen van andere sectoren,

Efficiëntieverbetering

Hamvraag is dus of we dit probleem in de gezondheidszorg kunnen doorbreken, bijvoorbeeld via de technologie en efficiëntieverbetering.

Stel dat we op een dag hersenen kunnen transplanteren voor tien miljoen euro: dat is een fenomenale verbetering, maar het systeem kan dat wellicht niet dragen. Wel zijn meer welvarende maatschappijen in staat om meer uit te geven. De VS kunnen misschien naar 20% uitgaven van hun BBP voor de gezondheidszorg, maar ook daar botsen we op limieten. 

We zitten in een strakkere budgettaire logica, met impliciete schulden in het systeem, bijvoorbeeld voor de pensioenen. We kampen op lange termijn met een zeer weerbarstige tendens. Bovendien wordt nu al bijna een derde van de gezondheidskosten door ons privé gedragen, niet meer door de overheid, al klampen velen zich nog aan dat model vast. Met als gevolg dat privéverzekeringen bij ons dan weer amper ontwikkeld zijn terwijl die nochtans wel een en ander beter kunnen moduleren.

Hoe gaan we met die moeilijkheden om?

Eerst probeerden we met lineaire besparingen, maar eigenlijk is dat dom. Daarop trachtte men in te grijpen op structuren: rantsoeneren van het aanbod. (bedden, zware uitrusting, labs). Maar dat kan alleen voor korte tijd, er ontstaat een soort elastiekbeweging. Verder passeerden de revue: forfaitarisering en enveloppes, echelonnering, responsabilisering en financiële verantwoordelijkheid (ook voor ziekenfondsen). Allemaal zijn dat rantsoeneringsmechanismen.

Samenwerkingsakkoorden/fusies tussen ziekenhuizen zijn ook al tientallen jaren aan de gang. Maar als we in een rantsoeneringsverhaal zitten, missen we de essentie. Dan blijven we de gezondheidszorg louter als een kostenfactor bekijken. En niet als waarde.

Ziekenhuizen creëren jobs, omzet. Ze kunnen indirect belastingen opbrengen. Maar daarnaast ook scheppen ze maatschappelijke waarde: gezondheid, geluk dat gecreëerd wordt. Ze geven prikkels. Dus kunnen we investeren in waardevolle zorg. Met prikkels op de output, effectieve behandelingen stimuleren.

Technologie die kosten niet verhoogt

En dan is technologie een fundamentele driver. Maar hopelijk wel een technologiegolf die niet per se de kosten verhoogt, maar meer informatie doet doorstromen en zo de zorg goedkoper maakt door meer efficiëntie. Bijvoorbeeld door ziekenhuisopnames te vermijden. We moeten er dan voor zorgen dat de mens centraal staat en blijft staan in de gezondheidszorg. Soms hebben we de indruk dat de overheid centraal staat, de overheid moet alleen de processen bewaken en machtsmisbruik vermijden.

Naar een presentatie van Ivan Van de Cloot op het congres van de Belgische Vereniging van Ziekenhuizen: "Het ziekenhuis van overmorgen".

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Indien (als patiënt) geïnteresseerd bent in gevalideerde medische informatie, kan u terecht op onze gezondheidswebsite www.vivagezond.be.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.

Laatste reacties

  • Stefaan COLPAERT

    29 juni 2018

    Slechts in enkele onderdelen van de geneeskunde praxis is minimalisme al doorgedrongen,

    terwijl dat maatschappelijk en vooral in de kunstensector reeds meerdere jaren/decennia het geval is (heeft er

    vanuit een geneeskundige bril gezien op het eerste gezicht niets mee te maken, maar dat is dan wel maar op het

    eerste gezicht). Door allerhande historisch misgroeide verhoudingen (je moet het wel durven zeggen, iedereen

    weet het wel, er heerst taboe) wordt de roep naar meer efficiëntie ("Less is more") echter

    wel langzaamaan groter en groter. Of men dat wil of niet, die keuze zal binnenkort onvermijdelijk blijken.