Wat met VAPZ, sociaal statuut, wettelijk pensioen?

Het Riziv zette een aantal zaken op een rijtje voor uw aanvullend pensioen (VAPZ) voor wie nog werkt, pas met pensioen ging of verder werkt na zijn pensioen.

Dat gebeurt op vraag van een aantal artsen die wilden weten hoe de vork aan de steel zat na de invoering van artikel 17 van de 'Wet van 18 december 2015 tot waarborging van de duurzaamheid en het sociale karakter van de aanvullende pensioenen en tot versterking van het aanvullende karakter t.o.v. de rustpensioenen.' 

Nieuw concept

De wet van 18 december 2015, nog net door het parlement gejaagd voor de jaarwisseling en van kracht op 1 januari van dit jaar, voerde een nieuw concept van pensionering in. Hij koppelt het opnemen van het aanvullend pensioen aan het opnemen van het wettelijk pensioen. De pensioenleeftijd werd al door de wet van 10 augustus 2015 naar 65, 66 of 67 jaar gebracht.

Een gepensioneerde zelfstandige mag dan door het feit van zijn pensionering geen VAPZ meer opbouwen (wat voordien ook al gold voor wie als zelfstandige zelf de VAPZ bekostigde). Maar kan men sinds deze wet eind vorig jaar werd aangenomen, in dat geval nog genieten van een VAPZ van het type als voorzien in de gecoördineerde wet (GVU)?

U kunt uw aanvullend pensioen ten vroegste opnemen als u met (vervroegd) wettelijk pensioen gaat, uitgezonderd bepaalde leeftijdscategorieën voor wie overgangsmaatregelen zijn voorzien.

De Beleidscellen van de minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, de minister van Pensioenen en de minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie, overlegden hierover. Ze kwamen tot het volgende antwoord dat eigenlijk op te splitsen is in drie delen volgens de situatie van de zorgverlener (timing opname pensioen).

  • Zorgverlener die voortwerkt hoewel hij aan de voorwaarden voldoet voor het wettelijk pensioen

Niets wijzigt voor zorgverleners die hun activiteit verderzetten terwijl ze aan de voorwaarden voldoen tot opname van het wettelijk pensioen. Het sociaal statuut kan blijven bestaan uit een bijdrage van het Riziv in premies of bijdragen voor overeenkomsten tot aanvullend sociaal pensioen in de zin van de reglementering VAPZ.

  • Zorgverlener die sinds 1 januari 2016 wettelijk gepensioneerd is

Voor zorgverleners die op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet van 18 december 2015 - dit wil zeggen op 1 januari 2016 - reeds genoten van een wettelijk pensioen, zullen de sociale voordelen die hen zouden worden toegekend bestaan uit een sociaal statuut in de zin van de reglementering VAPZ (deelname Riziv).

Voorwaarde is wel  dat de pensioenovereenkomst werd gesloten voor 1 januari 2016 en de aanvullende pensioenprestatie niet vereffend werd voor 1 januari 2016. Dan zullen de sociale voordelen kunnen bestaan uit een sociaal statuut van deze pensioenovereenkomst voor zover de aanvullende pensioenovereenkomst niet vereffend werd. De vereffening gebeurt volgens de pensioenovereenkomst van toepassing in hun situatie.

  • Zorgverlener die het wettelijke pensioen heeft opgenomen of zal opnemen na 1 januari 2016

Voor zorgverleners die het wettelijke pensioen daadwerkelijk hebben opgenomen of zullen opnemen na 1 januari 2016, zullen de sociale voordelen die hun worden toegekend niet langer kunnen bestaan in een deelname van het Riziv in premies of bijdragen voor overeenkomsten tot aanvullend sociaal pensioen in de zin van de reglementering VAPZ.

Om de bepalingen over de sociale voordelen verder te harmoniseren, zal in overleg met de betrokken partners worden onderzocht of hiervoor eventueel een andere bestemming  mogelijk is. Hiervoor is een wijziging van de GVU-wet vereist.

 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.