“Riziv schotelt ASO’s en Haio’s lager in plaats van hoger pensioen voor!”

Een ontwerpnota van het Riziv over de pensioenregeling ASO/Haio’s kan niet op de goedkeuring rekenen van het Kartel omdat hij enkele instinkers bevat. Dat is de analyse van Robert Rutsaert.

“Het voorstel resulteert ons inziens paradoxaal genoeg in een lager in plaats van een hoger (wettelijk + vrij aanvullend) pensioen”, denkt Rutsaert. Nu zou men naar een werknemerspensioen gaan met een premie betaald wordt door werknemer en werkgever. Assistenten waren initieel vergeten dat ook werknemers een premie moeten betalen. Wat zou resulteren in een lager nettoloon. Door hen minder loon te geven bijvoorbeeld. Maar de assistenten zien een voorafname van de werknemersbijdrage van 7,5% niet zitten. De oplossing van het Riziv was om een deel van het (belastingvrije) sociaal statuut te gebruiken, maar na berekeningen zou dat zowat het hele sociaal statuut opslokken en zelfs nog meer om een wettelijk pensioen te kirjgen. Met nog altijd een niet erg hoog en geplafoneerd wettelijk pensioen. Dus die investering lijkt ons niet rendabel.

Rutsaert: “Net deze eerste jaren van de carriére zullen later de grootste bijdrage aan het pensioenkapitaal opleveren in die redenering. Maar de forse verlaging van de rizivpremie zal op het einde van de loopbaan een veel grotere negatieve impact hebben dan een theoretisch hoger wettelijk pensioen dat én begrensd is én fiscaal volledig belast wordt.”

“Vroegere berekeningen door de FOD in 2015 hadden ook al aangetoond dat de uitbreiding van het wettelijke statuut nadelig is voor zowel de ASO/Haio als de werkgevers en alleen de staat ten goede komt. De verhoogde werkgevers- en werknemersbijdragen zijn hoger dan wat ooit aan pensioen zou moeten worden uitgekeerd.”

Loopbaanjaren

Een uitweg kan gevonden worden in de loopbaanjaren: “Als men toch het aantal loopbaanjaren belangrijk vindt (weliswaar met de plafonnering in het achterhoofd) dan kan men de opleidingsjaren gelijkstellen met gewerkte jaren (net zoals zovele andere periodes gelijkgesteld worden)”, meent dokter Rutsaert.

En wat dan van een financiering van de werkgeversbijdrage via een ‘punctie’ op de index? “Ook dat is moeilijk te verteren. Artsen zonder ASO zouden dan moeten meebetalen voor degenen die er wel opleiden, en die daarvoor nu ook vergoed worden. En een onevenredig aandeel zou naar de universitaire ziekenhuizen vloeien”, luidt het.

“De toekenning via de ziekenhuizen dreigt nog voor bijkomende problemen te zorgen: we kunnen ons al inbeelden dat de beheerders klaar staan om hierop een administratieve vergoeding te heffen.”

Uitweg

Hoe moet het dan verder? Het ASGB/Kartel stelt voor om de Riziv-premie voor deze groep artsen selectief te verhogen. Door het invoeren van drempels en de daling van het aantal onterechte aanvragen menen we dat er al marge is vrijgemaakt om dit voorstel te financieren.

Dit voorstel kan ook vrijwel onmiddellijk door de medicomut worden ingevoerd en hoeft niet te wachten op wijziging van de regelgeving waarvan de timing in het licht van de nakende verkiezingen zelfs niet bij benadering kan worden ingeschat.

Nog een kanttekening: jonge artsen worden ook gevoeliger voor het feit dat ze zich moeten indekken tegen werkloosheid (met uitzondering van knelpuntspecialismen zoals geriatrie, kinderpsychiatrie, urgentiegeneeskunde). Dit Riziv-voorstel houdt geen werkloosheidsvergoeding in. En evenmin een overlijdensdekking, wat dan weer wel het geval is bij sociaal VAPZ.

Zoals inmiddels bekend verlopen de gesprekken over de pensioenproblematiek nu in een aparte werkgroep.

 

 

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Indien (als patiënt) geïnteresseerd bent in gevalideerde medische informatie, kan u terecht op onze gezondheidswebsite www.vivagezond.be.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.